Haast of gemakszucht?

Mar 13th, 2009 | By admin | Category: Interessant om te lezen

Vanaf 2008 staat gedurende 3 jaar het thema ‘vallen van hoogte’ centraal in de nationale campagne Kinderveiligheid van Consument en Veiligheid. Ter voorbereiding op deze campagne zijn diverse verkennende onderzoeken uitgevoerd, onder andere om inzicht te krijgen in denkpatronen van ouders. Denkpatronen die bij ouders ten grondslag liggen aan het wel of niet nemen van maatregelen, die ‘vallen van hoogte’ bij hun kinderen kunnen voorkomen.

We signaleren drie soorten maatregelen die ouders noemen om vallen van hoogte te voorkomen:

  • het nemen van fysieke maatregelen, zoals het aanbrengen van traphekjes en raambeveiligers;
  • toezicht houden;
  • regels, het kind leren dat iets niet mag.

Ouders geven aan dat daar waar ze fysieke maatregelen kunnen treffen om vallen van
hoogte te voorkomen, ze dat ook doen. Bijna alle ouders noemen het plaatsen van traphekjes (de meesten echter alleen boven). Deze maatregel is relatief eenvoudig te nemen en het neemt de zorg over mogelijke ongelukken (deels) uit handen volgens ouders.

Traphekje
Een traphekje is een typisch voorbeeld van een effectief gebleken fysieke maatregel om vallen van de trap te voorkomen. Een traphekje maakt de trap voor peuters onbereikbaar, zodat ze er niet af kunnen vallen. Belangrijk is om niet alleen bovenaan de trap een traphekje te plaatsen, maar ook onderaan de trap. Een kind kan namelijk niet alleen van boven naar beneden vallen, maar kan ook eerst omhoog klauteren en halverwege naar beneden duikelen.
Een traphekje zou idealiter geplaatst moeten worden, voordat je kind kan kruipen. Ouders zijn geneigd om te wachten met het installeren van een traphekje tot hun kind kan kruipen of zelfs al lopen. Ze ondernemen pas actie als ze een keer een gevaar gezien of ervaren hebben met hun kind. Dit gedrag brengt onnodige risico’s met zich mee.

Uit recent onderzoek blijkt dat in totaal 83% van de gezinnen met kinderen tussen 11 en 18 maanden oud minimaal één traphekje hebben. Dat is redelijk veel! Maar waarom vallen er dan toch zoveel kinderen van de trap? Uit hetzelfde onderzoek is ook gebleken dat, slechts 50% van deze gezinnen aangeeft dat ze het hekje altijd sluiten na gebruik! En een niet gesloten traphekje, is geen traphekje! Dit blijkt ook uit onze ongevalregistratie. In de beschrijving van de ongevallen komen regelmatig zinsneden voor als ‘ik was in de veronderstelling dat het traphekje dicht was….’, ‘slechts een paar seconden was het traphekje open…’ en ‘het traphekje, dat normaal gesproken dicht is, was open’. Mogelijke redenen voor het niet altijd goed sluiten van het traphekje geeft het onderzoek niet. Voor een deel heeft het volgens mij te maken met ons leefpatroon. We hebben het altijd druk en veel dingen moeten ‘even snel’. Daarbij komt een stukje gemakzucht, ouders vinden al snel iets lastig of onhandig.

Uitdaging
Met dit alles in het achterhoofd, is dit de uitdaging voor de producent: Een goed traphekje heeft een vergrendeling die jonge kinderen uiteraard niet open kunnen krijgen, maar voor volwassenen met één hand te bedienen is, zodat het hekje ook geopend kan worden als een ouder bijvoorbeeld een kind op de arm draagt. Met betrekking tot het sluiten van het hekje is het het meest gebruiksvriendelijk, en in dit geval veilig, als het hekje eenvoudig in het slot geduwd kan worden. Op die manier is het hekje gemakkelijk en snel te sluiten!

Mieke Cotterink, Onderzoeker Kinderveiligheid In en om huis bij Consument en Veiligheid, schrijft een vaste column in het blad Babywereld, vakblad voor de baby- en kleuterbranche. Deze column staat in de maart-uitgave 2009.

Tags: ,

Leave Comment